Vroeg begonnen
“Ik vond het altijd al leuk om te fietsen, en zeker om bergaf te rijden”, begint Lars. “Ik heb me aangesloten bij een wielerclub in Dessel en vanaf mijn zevende ben ik wedstrijden beginnen rijden. Ik weet nog dat ik in mijn eerste wedstrijd voorlaatste werd. Dat vond ik niet zo plezant. Maar mijn vader zei dat ik moest doorzetten, en de volgende koersen verliepen veel beter. Toen eindigde ik mee vooraan.”
Lars legde zich vooral toe op mountainbike.
“Dat vind ik gewoon het plezantst: rijden in bossen met veel bochten en heuvels. Daar kan ik me echt uitleven en scherp je je techniek aan. Dat komt later van pas in het veld en op de weg. In het begin reed ik vooral wedstrijden in Vlaanderen, maar daar zijn niet echt heel uitdagende parcours. Vanaf mijn elfde zijn we dan ook in Wallonië wedstijden gaan rijden, daar is het toch al selectiever.”
Europese titels en jeugdolympisch goud
De jonge wielrenner heeft intussen al een mooi palmares opgebouwd.
“Ik ben in zowel het veldrijden als het mountainbike al meerdere keren Belgisch en Europees kampioen geworden. Maar mijn mooiste titel was toch die op het EYOF in Noord-Macedonië vorige zomer.”
Het EYOF is het Europees Jeugd Olympisch Festival, een soort jeugdversie van de Olympische Spelen. “Er staan heel veel sporten op het programma en er doen enorm veel atleten mee. Er waren ongeveer tachtig Belgen aanwezig. Er was ook een olympisch dorp, al verbleven de wielrenners daar niet omdat ons parcours verder lag. Na mijn zege ben ik er toch eens langs geweest. Dat wilde ik echt meemaken.”
Daarnaast werd Lars ook drie keer Europees kampioen mountainbike: één keer in Italië en twee keer in Zweden.
“Hoe uitdagender en zwaarder het parcours, hoe liever ik het heb. In Vlaanderen heb ik natuurlijk het nadeel dat er niet veel heuvels zijn. Ik train vaak op de mijnterrils en we hebben ook een huis in de Ardennen waar ik veel kan oefenen.”
Mountainbike, veld en weg
Momenteel combineert Lars veldrijden en mountainbike, en dat wil hij ook in de toekomst blijven doen. Bovendien wil hij er ook het wegwielrennen bijnemen.
“Ik denk dat het een goede combinatie is. Mountainbikewedstrijden zijn er in de lente en zomer, veldrijden is vooral in de winter. Dat is perfect combineerbaar. Tot augustus rijd ik mountainbike, daarna neem ik een week rust en bouw ik rustig op naar het veldritseizoen dat in oktober start.”
“Maar ik heb als nieuweling gemerkt dat veldrijden voor meer publiciteit zorgt. Als je een veldrit wint, sta je in de krant en word je geïnterviewd. Zeker in Vlaanderen is de cross veel groter dan mountainbike. Toch blijft mountainbike voor mij echt spelen op de fiets.”
Dit seizoen voegt hij ook enkele grote wegwedstrijden toe aan zijn programma. “Vorig seizoen reed ik twee klimkoersen op de weg en die won ik allebei. Dit jaar neem ik deel aan de Ronde van Vlaanderen en Gent-Wevelgem. Dat is natuurlijk nog iets anders.”
Sport en studies hand in hand
Naast het fietsen gaat Lars uiteraard ook naar school.
“Ik studeer sportwetenschappen aan het Heilig-Hartcollege in Heist-op-den-Berg. Dat is voor mij de ideale richting. Ik doe graag sport, maar ook wetenschappen interesseren me. We hebben vijf uur sport per week. Daar zit geen mountainbike bij, maar wel andere sporten. Dat is een welgekomen afwisseling en het is goed om andere spiergroepen te trainen.”
Hoeveel traint een 15-jarige kampioen?
“Dat valt goed mee. Ik train tussen de tien en twaalf uur per week. Meestal op de weg, behalve op woensdag en in het weekend, dan train ik specifiek op de mountainbike. Dit seizoen werk ik met een schema waarbij ik een maand focus op mountainbike en daarna een maand op de weg.”
Op vlak van voeding houdt hij het eenvoudig.
“We eten thuis gezond. De dag voor een wedstrijd ga ik natuurlijk geen frieten eten, maar ik overdrijf niet. Ook niet in trainingsvolume. Ik ben nog jong en mijn spieren zijn in ontwikkeling. Ik wil niet opgebrand raken, want ik hoop nog lang te kunnen fietsen.”
Ambities voor dit seizoen
In 2026 werd Lars Belgisch kampioen veldrijden bij de nieuwelingen. Maar ook voor het voorjaar en de zomer heeft hij duidelijke doelen.
“Dit voorjaar rijd ik de Ronde van Vlaanderen en Gent-Wevelgem. Wat ik daarvan verwacht? Moeilijk te zeggen. De Ronde is zeventig kilometer, dat is een heel andere inspanning dan een mountainbikewedstrijd. Ik wil vooraan meestrijden, maar ik start als underdog. Misschien kan ik verrassen.”
In de zomer mikt hij opnieuw op succes in het mountainbike.
“Eerst is er het BK, waar ik waarschijnlijk zal moeten afrekenen met Tijl Vanhaverbeke. Daarna volgt het EK in Roemenië, een land waar ik nog niet gereden heb. Dat wordt een ontdekking. In landen als Frankrijk is mountainbike heel populair, dus de concurrentie is sterk. Maar ook daar ga ik voor de titel.”
Hoe ziet Lars zijn toekomst?
“Of ik prof word, is moeilijk te zeggen. Ik ben nog maar vijftien, er kan nog veel gebeuren. Ik zou graag de drie disciplines blijven combineren, zoals mijn grote idool Mathieu van der Poel. Als ik mag dromen, wil ik ooit deelnemen aan de echte Olympische Spelen. Het EYOF smaakte alvast naar meer.”
Hij droomt van wereldbekers in het mountainbike en misschien ooit winst in de Ronde van Vlaanderen. Maar bovenal wil hij plezier blijven beleven aan het fietsen.
“Ik denk dat dat mijn grootste kracht is. Ik fiets zo graag dat ik in een wedstrijd door een muur kan gaan. Zelfs als ik pijn heb, blijf ik doorgaan. Na de pijn komt de voldoening. Ik geef nooit op, behalve die ene keer door materiaalpech. Nu kijk ik vooral uit naar een boeiende lente en zomer, met hopelijk enkele mooie zeges.”
Volg de prestaties van Lars: www.instagram.com/lars.peers/