De leerlingen van het 5e jaar biotechnologische- en chemische STEM-wetenschappen van githo nijlen beleefden een week om nooit meer te vergeten. Samen met leerlingen uit diverse Europese landen sloegen ze een basecamp op in het Italiaanse Palmanova, om van hieruit wetenschappelijke experimenten uit te voeren rond bodem, water en biodiversiteit op een prachtige locatie: de Italiaans-Sloveense grensregio. De reis werd mogelijk gemaakt door het Erasmus+-programma.

TekstMichiel Sels FotografieMichiel Sels, Pieter-Jan Van Rompaey.

Wolf-Lennart en Eline, leerlingen van het 5e jaar biotechnologische- en chemische STEM-wetenschappen van githo nijlen en hun vrienden Alessia en Franseco, twee laatstejaarsstudenten chemie en biotechnologie uit de Italiaanse regio Friuli (Noord-Oost Italië), nemen ons mee in hun onvergetelijk avontuur.

Wat stond er juist op het programma in Italië?

Eline: We hebben heel wat leuke en interessante wetenschappelijke activiteiten mogen doen. De activiteit die mij het meest is bijgebleven is de watermeting langs de kraakheldere rivier Soča in Slovenië en Italië. Nadien hebben we het waterstaal getest op zuurstofgehalte en bacteriegroei en konden we onder de microscoop enkele microplastics waarnemen.

Hoe ervaarden jullie de samenwerking met leerlingen uit andere Europese landen?

Alessia: Het was een zeer positieve ervaring. Het is een mooie kans om samen te werken met studenten met verschillende leeftijden en achtergronden. Zo praatte ik hier met Slovenen die eigenlijk vlakbij wonen, maar toch zo verschillend zijn. Het was ook een unieke kans om mijn kennis van de Engelse taal te verbeteren.

Zijn er leuke anekdotes uit Italië die jullie graag delen?

Wolf-Lennart: Het was een week vol avonturen en dus moeilijk om er één verhaal uit te kiezen. Misschien is vooral het cultuurverschil met Italië het meest opvallende. Italianen zijn duidelijk geen fans van een uitgebreid ontbijt, want het ontbijt met droge beschuit is helemaal anders dan bij ons. Ook is hun lespatroon helemaal anders, zo heeft Alessia bijvoorbeeld 16 uur chemie in de week, wat gigantisch veel is.

Francesco: We voerden heel wat interessante testen uit en leerden heel wat bij over onder andere bodem, water en natuur. Maar het zijn toch vooral de vrije momenten die mij zullen bijblijven. Hier grepen we telkens onze kans om te verbroederen met de leerlingen uit de andere landen. We toonden mekaar foto’s op onze smartphones en luisterden naar elkaars verhalen. Omdat de vrije momenten overdag schaars waren, hebben we de laatste avond tot 2 uur ’s nachts gepraat. Het verveelde niet!

Ervaren jullie veel verschil tussen het Italiaanse en Belgische onderwijs?

Eline: Hoewel we hetzelfde studeren, ervaren we toch heel wat verschillen. Ik had de indruk dat de Italiaanse leerlingen vooral oefenen op het nemen van stalen en dit ook al op heel veel plaatsen hebben toegepast. Hier staan ze dan ook best ver in. Wij doen in school dan weer veel meer verschillende wetenschappelijke proefjes, waardoor onze opleiding meer gevarieerd is opgebouwd.

Alessia en Francesco, zouden jullie ook eens graag een uitwisseling in België willen doen?

Alessia: Zeker! Op deze korte tijd ontstond er een leuke band tussen de Belgen en Italianen. We praatten zeer veel met mekaar. Ik deed zelf al een uitwisseling (via Erasmus) in Zweden en na het winnen van een wedstrijd rond wetenschappen kreeg ik de kans om naar Malta te gaan. Ik hou enorm van reizen en België zou mooi in het rijtje passen.

Francesco: Ik zou heel graag naar België komen. De Belgische jongens vertelden me dat ik nogal verrast zou zijn om het land te zien en ik ben ook heel nieuwsgierig naar het eten!

v.l.n.r.: Eline - Alessia (IT) - Francesco (IT) - Wolf-Lennart
Deel dit artikel
THEMA