Dag Wim, hoe ben je in de wereld van de boomverzorging terechtgekomen? “Werken in de natuur en met dieren en planten zit bij ons in de familie. Bij mijn vader draaide het om bomen snoeien, een nonkel werkte bij de groendienst en een andere nonkel was prof biologie. Voor hem moest ik als kind bv. insecten gaan vangen. Al van bij de geboorte was ik dus met dieren en planten bezig. Ik studeerde tuinbouw en ik ben daarna blijven bijleren. Ik volgde cursussen herborist, bosbeheer en natuurgids. Ook nu doe ik dat nog steeds, als erkend boomverzorger of, officieel gezegd, European Tree Worker.”
Die jeugd bracht je niet in Nijlen door, maar nu woon je hier al meer dan 10 jaar en werk je in opdracht van gemeente Nijlen. Hoe is dat gekomen? “Ik kom uit Massemen, een deelgemeente van Wetteren, en ik ben hier komen wonen vanwege familiale omstandigheden. Ik herinner me dat ik op een dag, ongeveer 8 jaar geleden, naar het gemeentehuis belde omdat er aan ’t Hofke een kolonie van roeken zat. Dat zijn grote vogels van de kraaifamilie. Ik belde omdat ik daar wel enkele vogels van wilde ringen. Als beëdigd vogelringer zag ik daarin een mooie kans om wetenschappelijke gegevens te verzamelen door enkele vogels te ringen. De mensen van de gemeente wilden daarbij zijn omdat ze niet goed wisten hoe dat in zijn werk ging. Alles lukte perfect met bv. mijn werpzakje en toen zagen ze wat ik in mijn mars had. Bovendien moesten gemeenten ook op een professionele manier beginnen omgaan met boomverzorging. Dat viel toen mooi samen”.
Je stond mee aan de wieg van de echte stiel van het boomverzorgen? ” Absoluut, ik ben ondertussen al meer dan 30 jaar zelfstandige in dit beroep. In die tijd spraken we nog van boomchirurgen die vaak te hard ingrepen en soms geen goed deden aan de bomen. Ook het systeem om met touwen in bomen te klimmen bestond nog maar twee jaar toen ik begon. Zowel qua boomverzorging als qua klimmen in bomen waren wij destijds pioniers. Toen ik mee aan de wortels van het boomverzorgen stond, had ik het geluk te kunnen werken voor iemand die aan de top stond. Dan leer je snel en veel bij.”
Je hebt er een grote passie voor, het is voor jou veel meer dan enkel een job? ” Zeker weten, mijn hart bloedt als ik ergens zie dat er niet goed met groen en bomen wordt omgegaan. Een foute ingreep, ook als die goedbedoeld is, kan het leven van een boom drastisch inkorten. Ik trek me dat aan en dan blijft dat niet beperkt tot enkel ‘uw uren doen’. Tijdens mijn vrije tijd rij ik rond in de gemeente om na te kijken hoe het zit met de nestkasten.”
“Wat er ook gebeurt, ik bekijk het altijd als een kans om te blijven bijleren. Net als de bomen zelf wil ik daarin blijven groeien. Er gebeurt nog veel onderzoek, soms met studies die jarenlang duren en dan wil ik weten wat daaruit komt. Niemand heeft als mens de waarheid in pacht, de natuur bestaat al zoveel langer dan wij en heeft nog veel geheimen.”
Waar in Nijlen heb je al in de boomtoppen gehangen voor controle en verzorging? Goh, op heel veel plaatsen: de dreef van het Soldatenbos in Kessel, ’t Hofke, Kessel Fort, de Bevelse dreef of nu recent aan de prachtige bomen aan de pastorij in Nijlen centrum. Ik zit ook mee in de nieuwe ‘Dorpsmakerij’, ik wil het allemaal volgen en waar het kan ook adviseren. Nijlen heeft ook best wel bijzondere natuur. De dreef van het Soldatenbos bv., da’s bijzonder, zo’n lange dreef van allemaal zilveresdoorns die wellicht ongeveer een eeuw oud zijn. We bekijken die bomen individueel, stuk voor stuk, en kijken in welke toestand ze zich bevinden. En dat heeft voor een groot deel te maken met wat er in de bodem gebeurt, rond de wortels. Daar bevinden zich miljoenen micro-organismen. Dat zijn allemaal minuscule chemische fabriekjes die stoffen omzetten in voedingsstoffen voor de bomen. En die hebben een humusrijke bodem nodig. Een mooi, strak gazon is niet optimaal en ook landbouw met sproeistoffen of het frezen van de bodem, waarbij wortels beschadigd worden die meters weg van de boom groeien, is niet optimaal. Daar moeten we een evenwicht vinden tussen de verschillende belangen en zorgen voor een beter bodembeheer. Als zo’n wortel afsterft, dan sterft vaak een deeltje van een boom af en dan moeten we daar voorzichtig mee zijn, ook voor de veiligheid van wandelaars en fietsers.”
“Hetzelfde met de prachtige beuken aan ’t Hofke, ook die zijn zeer, zeer waardevol, maar ze hebben veel last van de droogte. Ze verliezen er grote takken door en dan moeten we soms een deel van het domein afsluiten. Zonder voldoende water kunnen ze die zware takken die horizontaal ver van de boom groeien, niet aanhouden. Dat gaan we moeten afwachten hoe dat verder gaat.”
Over de toekomst gesproken, je probeert ook op de langere termijn te denken en daar de beste maatregelen voor te nemen? “Dat is zeker zo en dat geldt niet alleen voor boomverzorging, maar ook bij de aanplanting van nieuwe vegetatie en bomen. Je moet je bij een aanplanting afvragen wat de bedoeling is. Gaan we voor iets wat er 20 jaar moet blijven of 200? Hoe groot mag de kruin van de boom worden? Hoeveel (water)doorlaatbare oppervlakte is er nu rond de boom en gaat dat zo blijven? Wat dat betreft zie ik ook een goeie evolutie bij gemeentebesturen zoals hier in Nijlen. Men denkt er bewuster over na. Ik ben dan blij dat ik soms een beetje een rol kan spelen als een soort van ‘bemiddelaar’ of beter nog een brug tussen mens en natuur en dat op basis van kennis.”
“Wat dat betreft probeer ik zelf ook in te spelen op onze kinderen, door bv. nestkasten te hangen aan de speeltuin in ’t Hofke. Als die kinderen de vogels daar bezig zien, da’s meer dan mooi meegenomen. Hoe meer zij verwonderd zijn over de variatie en de schoonheid van onze natuur hier, hoe groter de kans dat zij er goed mee omgaan en het belang ervan inzien en dat later ook zo aan hun kinderen doorgeven.”
Is er bij mensen in het algemeen nog meer kennis nodig over het belang van en de omgang met onze natuur? “Ook los van gemeentebesturen en grote groendomeinen kunnen we samen inderdaad nog mooie stappen zetten. Ik denk dan bv. aan manieren om wat men noemt ‘natuurinclusiever’ te bouwen. Dat gaat vaak over heel kleine dingen, zowel voor de private woningbouw als bv. voor bedrijven. Nestkasten hangen, de borders aanplanten met inheemse soorten en zeker ook het voorzien van voldoende groen en bomen in steden en woonstraten. Ze verlagen de temperatuur en meer en meer onderzoek toont ook allerlei mentaal-psychologische voordelen aan van het zien van groen in de leefomgeving.”
“Da’s iets wat ook mensen voor hun eigen tuinen zouden kunnen meenemen. Vaak zien mensen een tuin met veel groen als een last, je moet er tijd en misschien ook geld in steken en mensen hebben daar de tijd niet voor. Maar los van de gezondheidsvoordelen, als het opnemen van bv. fijn stof, zijn er zoveel voordelen voor het hele gezin. We zijn soms een beetje te ‘proper’ geworden. Als in de herfst de bladeren vallen, dan is het beter om onder en rond de boom bladeren te laten liggen. Die transformeren in voedingsstoffen die in de bodem trekken en die de boom via zijn wortels heel goed kan gebruiken. Heel veel in de natuur is een cyclus, weinig of niets gaat verloren. Je ziet dan vaak bomen van 70 of 80 jaar wegkwijnen en dan geef ik de mensen de raad om het gazon niet tot helemaal tegen de stam van de boom te laten komen. Da’s een boodschap die vaak niet goed valt bij de mensen. Maar ook daar zie ik wel een positieve evolutie, jongere mensen hebben daar vaak wel oren naar.”
Je ziet ook dat gemeenten overstappen naar milieuvriendelijk beheer van onkruid, zonder pesticiden, da’s ook heel goed. “Zonder enige twijfel, maar we moeten ons ook afvragen wat onkruid is. Of wat de functie is voor de natuur van planten die wij als onkruid bestempelen. Ik neem als voorbeeld de welbekende paardenbloem, die willen we vaak niet in ons gazon of in groendomeinen en dat terwijl die voor zoveel nectar zorgen voor insecten. Die insecten bestuiven andere planten, zijn zelf voeding voor andere dieren enz. Da’s de voedingsketen en uiteindelijk hangen ook wij daarvan af voor onze voeding.”
Als je hier in Nijlen in de bomen bezig bent, krijg je dan vragen van mensen over wat je aan het doen bent? “Jajaja, dat gebeurt geregeld en ik vind het altijd geweldig als dat gebeurt. De eerste vraag is dan vaak ‘hoe heb je je touw daar in de boom gekregen?’ Dat vinden mensen heel fascinerend. Er hangt een gewichtje aan het touw, dat gooi ik dan metershoog de boom in en ik durf zeggen dat ik ondertussen heel goed kan mikken. Soms gebruik ik ook een katapult, als het echt te hoog of te moeilijk is. Want het is belangrijk om niet met sporen of wat dan ook te klimmen, we vermijden elke beschadiging van de stam, hoe klein ook. Het is puur met touwen en klimtechnieken en daar komen ook nog altijd vernieuwingen in met nieuwe knopen en apparaatjes.”
Hoe hoog klim je hier in onze bomen en wat zie je dan allemaal? “Dat kan toch wel oplopen tot een meter of 30. Het zicht dat je daar hebt is geweldig. Ik ben dat na al die jaren wel gewoon, maar soms kijk ik toch eens echt bewust goed rond en neem ik al eens een fotootje. Je komt daar natuurlijk ook heel veel diersoorten tegen. Eekhoorntjes zijn altijd leuk, zeker als je een nest ziet met kleintjes. Het is echt heel divers met verschillende soorten spechten en uilen, maar bv. ook boommarters. Zo zit er eentje op de Kesselse Heide, hij jaagt onder andere op eekhoorns. En dan zijn er bv. de roofvogels zoals buizerds, daarvan heb ik in Nijlen al naar een vijftal nesten van geklommen. Ook oehoes beginnen te komen.”
“Ik hang dan soms wildcamera’s die werken op zonne-energie. Da’s heel erg leuk om te volgen. Ik hoop dat het nog kan lukken om een nestkast voor slechtvalken te hangen in de kerktoren in Kessel-Dorp. We moeten daar wel mee opletten, want er zit al een nest in de St.-Gummarustoren in Lier en da’s op de grens qua afstanden tussen nesten, ze hebben een uitgebreid jaaggebied. Als dat zou lukken, dan is het misschien mogelijk om daar een webcam te hangen.”
“Het is allemaal zo fascinerend, geen enkele boom is hetzelfde en geen enkel dier is hetzelfde, net als mensen. Het verveelt nooit en het evolueert altijd.”