Siebe en Wietse, waren jullie als zonen van een zeilkoppel meteen ook helemaal mee met de zeilsport?
Siebe: “Ik heb in het begin toch wel een beetje schrik gehad, zeker als het hard waaide vond ik dat als kleine pagadder toch wel wat snel gaan allemaal. Je bent dan zes jaar en je wordt ineens helemaal alleen in die boot gezet, da’s niet niks. Daar zit je dan, helemaal alleen op het water. Maar dat was echt alleen maar in het begin, op mijn eerste kamp.”
Wietse: “Ja, er waren helemaal in het begin toch wel wat traantjes af en toe. Maar toen ik mijn eerste communie deed, vroeg ik centjes omdat ik zelf mijn eerste bootje wilde kopen, mijn eerste optimist. Dit is het bekende typische bootje waar alle kinderen in leren zeilen. Ik geef nu zelf les aan jonge kinderen die beginnen zeilen en dan probeer je hen zoveel mogelijk gerust te stellen en dat heel eenvoudig uit te leggen. Maar het gebeurt wel eens dat een kindje toch een zeil tegen zijn hoofd krijgt en dat maakt wel indruk natuurlijk. Ongeveer de helft van de kinderen heeft dan schrik.”
Jullie zijn nog heel jong, er zijn veel andere dingen om te beleven, maar zeilen is wel heel belangrijk voor jullie?
Siebe en Wietse tegelijk: “Ja, toch wel. We zijn er eigenlijk wel elk weekend mee bezig.”
Wietse: “Als ik me verveel, wil ik altijd gaan zeilen en in de week is het vaak ook wat repareren aan de boot, want er gaat al wel eens iets stuk of er moet iets vervangen worden.”
Siebe: “Onze vakanties zijn ook zo goed als allemaal zeilvakanties. In de winter is het hier soms echt wel heel koud op onze vijver van de club in Broechem en het water in Nederland waar we trainen en dan gaan we toch een paar weekjes naar Spanje.”
Mama Nele: “De coronapandemie heeft daar ook een rol in gespeeld. Toen hebben we daar een goeie bezigheid in gevonden en toen zijn we ook met een club aan Galgeweel in Antwerpen en coach Wim Hendrickx in contact gekomen. Ons trainingsgroepje van Broechem onder leiding van coach Ben Celis is toen nauw gaan samenwerken met de zeilers van Antwerpen. Die kunnen je wel inpalmen en de microbe overbrengen. Daar moesten we ook zijn om wedstrijden te kunnen varen, dat kon niet op het water in Broechem. Wedstrijden zijn er niet veel op de kleine plasjes in het Belgische binnenland, maar trainen in optimist gaat goed en met hoe meer zeilers, hoe beter. En nu gaan we samen met een groep van daar voor wedstrijden naar het Gardameer. “
Hoe viel die kennismaking met jullie eerste grote wedstrijd mee?
Siebe: “Daar waren in totaal 500 tot 700 boten in verschillende categorieën. Er waren zeilers uit wel 35 landen, tot uit Amerika en China zelfs. Dat was daar heel mooi en superleuk. De jaren daarna gingen we steeds terug. En ook onze resultaten werden beter. Bij de indeling in categorieën na de eerste dagen kwam ik in Silver terecht, de op één na beste categorie. Onlangs deed ik in mijn optimistje als enige van de Belgen op het EK in Polen mee in de beste categorie, Gold.”
Wietse: “We waren in het begin in het eerste jaar aan het Gardameer daar niet bij de eersten, maar zeker ook niet de laatsten, dus ook wat dat betreft viel het mee. Maar het was vooral ook heel leuk om dan truitjes te wisselen met al die zeilers uit andere landen en ons te amuseren. Na het zeilen zwemmen, voetballen of spelen we samen op het strand. We zijn concurrenten op het water, maar aan de kant ontstaan mooie vriendschappen.”
Zeilen draait niet enkel om durven en alle technieken kennen, bij wedstrijden is er ook een tactisch element.
Wietse: “Zeker en vast. De knopen en de termen leren, dat valt echt goed mee. Maar als je met 50 boten aan een race start, dan moet je er je kopje heel goed bijhouden. De wind is niet overal hetzelfde. Je moet op voorhand proberen in te schatten hoe de wind kan draaien. Hoe je je positioneert op basis van waar je denkt dat de wind het beste zit en ook in functie van de andere boten en de ruimte die zij laten, dat is zeer belangrijk. Dat krijg je door veel wedstrijden te zeilen en ervaring op te doen.”
Siebe: “Daar komt ook wel wat theorie bij kijken en wat studeren, je kan er ook op papier of via video’s over bijleren. Het klinkt misschien raar, maar zeilen is best ook wel een denksport.”
Wietse: “Het is goed naar de wolken te kijken en hoe de golfjes gaan op het water, maar dan nog moet je soms wat geluk hebben. Zo kan je de traagste boot zijn en toch winnen.”
Ondertussen hebben jullie ook de startboot, optimist, achtergelaten en zeilen jullie in een zogenaamde 29’er, vertel daar eens wat meer over.
Siebe: “Ik heb daar nu twee wedstrijden in gevaren, voor mij is het nog redelijk nieuw, maar superleuk, want het gaat best wel een pak sneller, tot 40 à 50 km/u. Daar heb je toch meer adrenaline bij.”
Wietse: “De naam 29’er komt van de zeilgrootte, het is een boot met 29 vierkante meter aan zeiloppervlakte. Dat is toch wel anders om mee om te gaan, maar ik heb er al heel wat ervaring mee ondertussen. Ik nam al deel aan grote wedstrijden in Nederland, vorig jaar ook het EK op het Gardameer, verder Christmas Regatta in Palamos, finale Eurocup op het Gardameer, …
Het gebeurt dan wel eens dat boten elkaar raken en dat bv. de ene boot de andere als het ware een beetje ‘spietst’ met de lange stok vooraan op de boot. Die stok komt er dan soms aan de andere kant van de aangevaren boot terug uit. Dat gebeurt uiteraard niet met opzet, maar onder invloed van snelheid en veranderende wind. Je ziet dat gelukkig wel op voorhand aankomen en dan kan je vaak nog bijsturen. Als het toch misloopt, dan komt de verzekering tussen, vooral bij schade aan zeilen. Die zijn duurder, rond de 1.000 euro, en moeten vervangen worden. En nu we het toch over geld hebben, een optimist kan je kopen aan 2.000 à 3.000 euro, voor een 29’er moet je toch al ongeveer 14.000 euro betalen of 8.000 voor een tweedehands.
Waar staan jullie nu in het uitbouwen van jullie carrière?
Siebe: “Ik werd vorige zomer gevraagd om samen met 7 andere jongens in te stappen in het Talent team van de federatie Wind- en Watersport Vlaanderen (WWSV). In het voorjaar van 2026 waren er dan de selectiewedstrijden voor WK en EK. Die bracht ik tot een goed einde en zo wist ik een plekje te bemachtigen voor het EK optimist in Gdynia, Polen. Dat is dan ook meteen mijn laatste event in optimist geweest. Ik stapte deze zomer al over om samen met Wietse in de 29’er verder te gaan.”
Wietse: “Ik zeil al een jaar volop in de 29’er en ik heb al getraind met de volgende stap, de 49’er. Daarin haal je snelheden tot 70 km/u. Da’s wel heel intensief, dan moet je echt met twee bijna horizontaal boven het wateroppervlak naast je boot hangen. Dat moet echt een kick geven, denk ik. Dat is de volgende stap en wellicht starten we daar volgende zomer als broers samen mee.”
“In deze discipline hebben we een Olympisch damesduo. Daar wil ik samen met mijn broer op termijn volop voor gaan. Ik kon voor deze boot voor de grote events een ander Belgisch maatje nemen, maar ik kies ervoor om dat samen met mijn broer te doen.”
Siebe: “Da’s ook handig omdat je dezelfde agenda hebt qua familiefeesten en dergelijke. In september proberen we ons te plaatsen voor de ISAF Youth Worlds die in december in Vilamoura, Portugal, plaatsvinden.”
Wietse: “En ja, we durven zeggen dat de WWSV er moeite voor wil doen om ons op termijn aan de start te krijgen op de Olympische Spelen, dat is natuurlijk de ultieme droom.”
Jullie studeren allebei biotechnologische wetenschappen in githo nijlen, hoe lukt het om dat te combineren met het zeilen?
Siebe en Wietse: “De school denkt daar constructief mee over na. Als er wedstrijden zijn tijdens de schoolperiode, dan krijgen we daar vrijaf voor. We mogen de lessen dan later inhalen. Dat is niet op elke school zo, daar zijn we heel dankbaar voor! We vinden school allebei ook heel belangrijk, we gaan daar ook vol voor.”
Hoe vaak zijn jullie al in het water terechtgekomen?
“Al heel vaak, bv. als je moet ‘gijpen’ (de mast en de zeilen gaan van de ene kant van de boot naar de andere) of als je tijdens wedstrijden bewust kapseist om een aanvaring te vermijden. Dat is altijd veel beter dan schade aanrichten aan een boot of een persoon aanvaren, wat soms ook al eens gebeurt. Dan ligt de boot dus op zijn kant, maar het lukt wel om die terug overeind te krijgen. Dat hoort erbij, niemand houdt het altijd droog.”
Kan het ooit meer dan een hobby worden?
Wietse en Siebe synchroon: “Ja!” “Zeker als je ook coach bent en zeilles geeft, dan kan je er een job van maken. Enkel als zeiler kan dat niet, zeker niet in België. Dat is ook zo voor Olympische zeilers, rond je 30 moet je stoppen met zeilen op hoog niveau en dan worden er velen coach. In afwachting daarvan zullen we de komende jaren ook elkaar coachen, hopelijk op weg naar de Olympische Spelen.”